Werkers van het laatste uur

Stefan Paas over missionair werk in relatie tot de gemeente. De weerbarstigheden, de uitdagingen en de kansen. Een handboek voor predikant, kerkenraad en evangelisatiecommissie

Het boek is ingedeeld in 5 delen

Eerst een hoofdstuk 1 met daarin de thematiek van het boek. Daarna volgen de andere vier delen.

  • Over de situatie waarin de kerken tegenwoordig moeten opereren in Nederland.
  • Over de bijbelse gegevens ten aanzien van nieuwe mensen in de gemeente.
  • Een uitwerking van de gegevens voor het kerk zijn.
  • Over de gastvrije eredienst.

Hoofdstuk 1 . ' Hoe smaakt de taart ?'
De auteur wijst erop dat het boek niet alleen gaat over bekering van mensen maar vooral over bekering van kerken. Momenteel dreigt de kerk in onze samenleving binnen enkele generaties te verdwijnen. Men wil niet suggereren dat deze ontwikkelingen wel even gekeerd kunnen worden, maar spreekt voluit zijn afhankelijkheid van God uit. Maar die afhankelijkheid moet niet op heilloze wijze worden uitgespeeld tegen onze verantwoordelijkheid. Het is geen noodlot dat ons treft. In dreigende ontwikkelingen willen de auteurs ook een appèl van Godswege zien. Dat mag ons aanmoedigen om aan het werk te gaan met de kerk.
De titel van het hoofdstuk geeft aan dat evangelisatie niet moet bestaan uit een paar kaarsjes die op de taart van de gemeente worden gezet, maar het is een ingrediënt dat heel de taart smaak geeft. Het missionaire is niet alles maar de gemeente is wel missionair. Kortom , 'evangelisatie' en plaatselijke gemeente behoren in één adem te worden genoemd.

Hiervoor zijn vier redenen.

  1. Het is onmogelijk dat één persoon hoe begaafd ook, alle activiteiten beheerst die erop gericht zijn iemand binnen te voeren in het Koninkrijk.
  2. Evangelisatiewerk dat verricht wordt door ' lone rangers' dreigt verzeild te raken in eenzijdigheid, wegens specifieke karaktereigenschappen van de evangelist. Bovendien kan de evangelist al snel opgebrand en gefrustreerd raken wegens het gebrek aan visie en steun in de gemeente voor 'zijn 'werk.
  3. De meeste gemeenten zijn niet bereid of in staat om hun beste krachten in te zetten voor het missionaire werk en dit gemeentebreed vorm te geven.
  4. Wanneer evangelisatie zich afspeelt aan de rand of zelfs buiten de gemeente, dan zal ook de prediking daardoor verschralen. Krachtige prediking heeft behalve voedsel uit het Woord ook voedsel nodig uit de ervaring. Predikanten en andere leidinggevenden in de gemeente kunnen zich vaak roerend uiten over de zielsproblemen in de gemeente , maar spreken ineens vlak en met weinig vuur en concreetheid over het missionaire karakter van de gemeente. Dit heeft vrijwel altijd te maken met gebrek aan persoonlijke ervaring daarmee. Wanneer een predikant of ouderling nooit een buitenkerkelijke spreekt van hart tot hart en zich nooit werkelijk verdiept in de levenskwesties van een zoeker zonder christelijke achtergrond moeten we niet verbaasd zijn wanneer zijn oproepen tot evangelisatie plichtmatig klinken , als het onderwerp al niet angstvallig wordt verzwegen. Werkelijke bewogenheid voor verloren mensen wordt door de Geest verwekt in contact met hen. Werkelijke hartstocht voor Gods zending in de wereld ontstaat niet eerder dan wanneer wij ons laten zenden.

In de delen I t/m IV worden oplossingen aangedragen voor de bovengeschetste problematiek.

Ieder deel wordt afgesloten met een aantal stellingen en adviezen.

Deel I : Het speelveld.
Kerken moeten momenteel opereren in een heel andere situatie dan vroeger. De huidige situatie kenmerkt zich door onkerkelijking, statusverlies van de kerk en het opkomen van 'concurrentie op de levensbeschouwelijke markt. Er wordt ingegaan op ervaringen van mensen zonder kerkelijke achtergrond die vandaag de weg naar geloof en kerk vinden. Een aantal belangrijke thema's die te maken hebben met de levensoriëntatie van traditionele,moderne en postmoderne mensen worden besproken.

Stellingen en adviezen :

  1. Kerken in de gereformeerde gezindte dienen een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen op de inwijding van nieuwkomers in de christelijke gemeente.
  2. Kerken dienen evangelisatie als theologisch thema uiterst serieus te nemen en de ervaringen van toetreders te benutten.
  3. In plaatselijke gemeenten moet visie groeien op evangelisatie als een weg ,als een proces.
  4. Kerken dienen zich serieus bezig te houden met de steeds toenemende functionele kritiek op het christelijke geloof.
  5. Het vormen van kleine gemeenschappen, waarin het kerk-zijn gestalte kan krijgen, is onmisbaar voor de integratie van nieuwelingen en voor de opbouw van de gemeente.
  6. De theologische studie in Nederland dient haar missionaire wortels te hervinden. Momenteel liggen de accenten zodanig dat de Nederlandse theologie in hoog tempo irrelevant dreigt te worden voor de samenleving, maar ook voor de jongere generaties in de kerk.

Deel II : De spelregels.
Er worden enkele bijbelse lijnen getoond ten aanzien van de vreemdeling. De manier waarop de nieuwtestamentische gemeente omging met nieuwe gelovigen en hoe zij hen opnam in de gemeente wordt beschreven. Ook wordt een schets gegeven van een missionaire ambtsvisie.

Stellingen en adviezen :

  1. Het wordt hoog tijd voor een kerkvergadering a la Handelingen 15 met dezelfde openheid en hetzelfde geestelijke gehalte.
  2. Kerken dienen een visie te ontwikkelen op toetreding die dieper is geworteld dan in kerkcultuur, groepsgevoel en dorpsadat.
  3. Reformatorische kerken zouden zeer geholpen zijn met een missionaire herwaardering van het ambt. Ambtsdragers hebben niet allen verantwoordelijkheid voor hen die op de ledenlijst staan.
  4. Er zal een theologische bezinning op gang moeten komen naar het lidmaatschap van de gemeente. Daarbij moet aan de orde komen in hoeverre daarin ruimte is voor gradaties. Taalgebruik in de sfeer van 'rechten en plichten' moet verdwijnen.
  5. Missionair bijbellezen dient het hart te zijn van de leerkringen in de gemeente.

Deel III : Het spel.
Dit deel van het boek bespreekt de vraag of er gemeentestructuren te bedenken zijn die geschikter zijn om mensen op te vangen. De vroeg -kerkelijke missionaire praktijk wordt beschreven en de vraag wordt gesteld wat we hiervan kunnen leren.

Stellingen en adviezen :

  1. Kerkelijke organisaties dienen hoge prioriteit te geven aan het ontwerpen van goede regelingen, formulieren en degelijke voor de opvang van nieuwelingen in de christelijke gemeente.
  2. Het gastlidmaatschap dient een missionaire categorie te worden en passende regelingen dienen daarvoor te worden ontworpen.
  3. Plaatselijke kerken dienen hun leven te organiseren rondom missionaire leertrajecten, waarin kleinschalige ontmoeting centraal staat. Een gefaseerde toegang tot de gemeente is in feite een must voor een kerk die inwijding serieus neemt.
  4. Een plaatselijke kerk zou op zijn minst eenmaal per jaar een basiscursus over het christelijk geloof moeten organiseren.
  5. Kerken zouden in hun opleiding veel aandacht moeten geven aan training voor missionaire catechese. Plaatselijke kerken hebben dringend behoefte aan mensen die hierin bekwaam zijn.

Deel IV : Spelenderwijs.
Om mensen welkom te kunnen heten ,moeten er openingen zijn in het gemeenteleven. In dit deel worden vooral de mogelijkheden van de eredienst beschreven, zonder daarmee andere mogelijkheden te ontkennen.
De conclusie is dat we het dichtst bij de Schrift en de traditie blijven wanneer we er ernstig naar streven onze gebruikelijke erediensten open te laten zijn voor toehoorders en belangstellenden.

Stellingen en adviezen:

  1. Kerken die de eredienst serieus nemen dienen de drempels daarvan laag te houden.
  2. De oorzaken van een ontoegankelijke eredienst zouden wel eens meer kunnen liggen op geestelijk vlak dan op het gebied van cultuur en vormen.
  3. Er is behoefte aan missionair geïnspireerde liturgische vormen.
  4. In de kerkorde moet op het punt van eredienst en liturgie ruimte zijn voor plaatselijke variatie, vanuit de incarnatiegedachte.
  5. Preken voor gelovigen en ongelovigen tegelijk is deels een ambacht dat te leren is. Theologische opleidingen zouden daarin fors moeten investeren.
  6. Er is behoefte aan nascholing voor predikanten die deze kunst willen leren en bijhouden.
  7. Belangstellende gelovigen en jonggelovigen moeten op de een of andere manier worden betrokken bij de voorbereiding van en reflectie op de eredienst.

Conclusies:
Op het eerste gezicht is de opsomming van de adviezen nogal ontmoedigend. Wat moet er nog veel gebeuren voordat onze kerken op missionair gebied bij de tijd raken.
Wat zal het nog lang duren voordat de kerkordelijke bakens verzet worden in de door Paas aangegeven richting en voordat er predikanten worden opgeleid die een gedegen kennis hebben van de organisatie van het missionaire werk.
Is het niet primair een advies voor de langere termijn aan de deputaten van DTEG en onze docenten te Kampen ? Dat is het inderdaad.
Er zit zelfs een bijlage bij met voorbeelden van liturgische formulieren voor een missionaire tijd!

Maar er zit toch ook voor de gewone gemeenteleden veel inspirerends in zo'n weids en gedetailleerd geschetst perspectief. Ieder die oog heeft voor de missionaire opdracht en zich eenzaam en miskend voelt weet nu dat zijn gevoelens niet uniek zijn.
Hij moet zijn nederige plaatsje in de EC dus niet te snel opgeven voor een ambt dat in hoger aanzien staat. Hij zou uit de door Paas aangeboden lijst een paar onderwerpen moeten zoeken die reeds nu in de praktijk kunnen worden gebracht.

Voorbeelden zijn :

  • I .5 . Het bevorderen van kleine gemengde bijbelstudie gemeenschappen in de kerk waarbinnen de nieuwkomers kunnen worden opgevangen.
  • II.5 Het bevorderen van missionair bijbellezen op de bijbelstudieverenigingen.
  • III.4 Nastreven dat er vanuit de gemeente regelmatig cursussen worden aangeboden.
  • IV 1, 2, 5 en 7 Vier doelstellingen die in overleg met predikant en kerkenraad geleidelijk meer inhoud zouden kunnen krijgen.

Kortom het boek is een prima inspiratiebron voor ieder kerklid dat zich aangesproken voelt door de missionaire opdracht van onze Heer en Heiland Jezus Christus..

Boekbespreking door Piet Akkerman.
 

terug